


Op het voormalige gasfabrieksterrein aan de Paardenmarkt in de oude binnenstad van Alkmaar is in de periode van 1854 tot 1917 een gasfabriek van de “Alkmaarsche Pijpgascompagnie” in bedrijf geweest. Ten gevolge van de gasfabricage is de bodem sterk verontreinigd met minerale olie, PAK’s en cyanide-totaal. In het grondwater worden voornamelijk vluchtige aromaten aangetroffen. Na sloop van de fabrieksgebouwen in 1917 zijn diverse panden op de locatie gebouwd die momenteel in gebruik zijn als bankgebouw, brandweerkazerne en voormalige kaasfabriek. In verband met herinrichtingsplannen is in 1998 een saneringsplan opgesteld uitgaande van het isoleren, beheersen en controleren van de grondwaterverontreinigingen. Het saneringsplan is middels beschikking goedgekeurd door het bevoegde gezag.Naar aanleiding van de herziene inzichten ten aanzien van de aanpak van bodemverontreiniging zoals opgenomen in de BEleidsVERnieuwing bodemsanering (BEVER) heeft Wareco in 2001 en 2004 een saneringsonderzoek verricht waarin de mogelijkheden voor sanering van de bodemverontreiniging met behulp van Flexibele EmissieBeheersing (FEB). Uit modellering van de verspreiding van de verontreiniging bleek dat het optreden van een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar niet te verwachten was. Geadviseerd werd toch over te gaan tot het uitwerken van FEB als haalbare saneringsoptie. Door middel van monitoring zou namelijk een beter beeld verkregen kunnen worden van het werkelijke verspreidingsgedrag van de verontreinigingen. Indien onacceptabele verspreiding daadwerkelijk dreigt op te treden wordt deze verspreiding tijdig voorkomen door middel van het toepassen van specifiek gedimensioneerde interventiemaatregelen (maatwerk). Deze aanpak levert een aanzienlijke kostenbesparing op ten opzichte van de IBC-variant.Na het uitwerken van de FEB-variant in een saneringsplan en hernieuwde goedkeuring van het saneringsplan door het bevoegde gezag voert Wareco, vanaf eind 2004, de halfjaarlijkse monitoring uit. Uit de monitoringsresultaten blijkt dat de verontreinigingsconcentraties in het grondwater enige variatie vertonen. Een deel van de verontreiniging dient toegeschreven te worden aan een aangrenzend verontreinigingsgeval. Het uitvoeren van interventiemaatregelen is vooralsnog niet noodzakelijk gebleken.