


Een enquête onder 350 woningbouwverenigingen in het westen van het land heeft uitgewezen dat zo’n 18% van de begane grondwoningen van woningbouwverenigingen te maken heeft met grondwateroverlast. Door Wouter Kooijman, stagiair bij Wareco, is onderzoek uitgevoerd naar mogelijke maatregelen tegen grondwateroverlast. In zijn onderzoek heeft hij op een rij gezet welke maatregelen er nu worden gebruikt, of deze effectief zijn en welke maatregelen er nog meer mogelijk zijn. Zowel bouwtechnische als grondwatertechnische maatregelen komen aan bod. Het resultaat van het onderzoek is een stappenplan waarmee kan worden nagegaan wat in een specifieke situatie de beste maatregel is. Het stappenplan kan als hulpmiddel dienen om de optimale maatregel of combinatie van maatregelen te bepalen.
Hieronder is een samenvatting van zijn onderzoek weergegeven. Indien u het volledige onderzoeksrapport wenst te ontvangen (gratis), kunt u een e-mail te sturen naar Cobi Sloof
In dit onderzoek wordt vochtoverlast bij woningen behandeld die (mede) het gevolg is van een te hoge grondwaterstand. Voor ieder geval van vochtoverlast is uit een scala van grondwatertechnische en bouwkundige maatregelen een optimale mix samengesteld om de problemen te verhelpen.
De keuze voor één of meerdere maatregelen hangt af van verschillende factoren, zoals het type probleem, de oorzaak van het probleem en de locatie. Om de optimale maatregelen vast te stellen is over het algemeen eerst onderzoek naar de oorzaken van de overlast noodzakelijk.
Om dit onderzoek gestructureerd uit te voeren is een stappenplan ontwikkeld. Met behulp van dit stappenplan kan de optimale mix van maatregelen worden bepaald en worden verantwoord. Het stappenplan is samengesteld aan de hand van een enquête en interviews met technisch medewerkers en huurders. Verwacht wordt dat dit stappenplan praktisch toepasbaar is voor woningbouwverenigingen bij het bepalen van maatregelen tegen grondwateroverlast.
Problemen en oorzaken vaststellen
Om geschikte maatregelen voor de aanpak van de problemen te kunnen selecteren, is het ten eerste noodzakelijk om te onderzoeken wat de problemen precies zijn. Dit zijn bijvoorbeeld vochtige muren, vochtige kruipruimten of lekkages in souterrains. Vervolgens dient de oorzaak van de overlast te worden achterhaald. Deze problemen zijn meestal het gevolg van een te hoge grondwaterstand en/of bouwkundige gebreken.
Randvoorwaarden opstellen
In de tweede stap worden de randvoorwaarden opgesteld, waar de maatregelen aan moeten voldoen. Deze randvoorwaarden verschillen per situatie. Om de randvoorwaarden te kunnen ordenen kan er onderscheid worden gemaakt in technische- en bestuurlijke randvoorwaarden.
Maatregelen selecteren
Als derde stap worden maatregelen geselecteerd die aan de randvoorwaarden voldoen.
De maatregelen zijn te verdelen in:
In de laatste stap worden de geselecteerde maatregelen getoetst aan de randvoorwaarden. Over het algemeen zijn dit de criteria kosten, effectiviteit, levensduur, beheer en onderhoud, maar er kunnen ook nog andere criteria zijn. De beoordeling van de maatregelen gebeurt gestructureerd door middel van een effectenoverzicht. Bij het invullen van een effectenoverzicht wordt per criterium een score gegeven bij elke maatregel. Vooral bij kwalitatieve criteria is het belangrijk om aan te geven waarom een maatregel goed of juist slecht scoort, omdat de beoordeling vaak subjectief is.
Hierna worden aan de verschillende criteria gewichten toegekend. Met behulp van een afwegingsmethode wordt er een keuze gemaakt voor de optimale oplossing. In eerste instantie wordt de scorekaartmethode toegepast. Wanneer de scorekaartmethode niet voldoende is om het beste alternatief te bepalen, wordt een combinatie van de scorekaartmethode en de gewogen sommeringsmethode gebruikt. Hierbij wordt meer belang gehecht aan de criteria aanlegkosten en onderhoudskosten, aangezien het kostenaspect zwaar meetelt. Uiteindelijk levert deze afweging de optimale maatregelenmix op.